Diverse eindejaarstips 2013

Overig – eindejaarstips

 

Voorlopige aanslag kan belastingrente voorkomen

Als over een jaar te weinig of geen belasting is betaald, is belastingrente verschuldigd vanaf 1 juli in het daaropvolgende belastingjaar. Het is daarom belangrijk om tijdig te verzoeken om een (nadere) voorlopige aanslag. In 2014 gaan de percentages van de belastingrente flink omhoog zodat het meer dan ooit belangrijk is dat de rentetermijn zo kort mogelijk wordt gehouden. Voor de vennootschapsbelasting geldt per 1 april 2014 een belastingrente van 8%. Voor de overige belastingen, waaronder de inkomstenbelasting, geldt een belastingrente van 4%. In 2013 bedraagt de belastingrente nog “slechts” 3%. Via het tijdig indienen van een verzoek om een (nadere) voorlopige aanslag kan belastingrente worden voorkomen. Aangezien de betalingstermijn van zes weken na dagtekening van de belastingaanslag tot de renteperiode behoort, zullen de gewijzigde rentepercentages effectief worden toegepast op belastingaanslagen met een dagtekening vanaf 18 februari 2014.

 

Boete bij onjuiste aanvraag of herziening voorlopige teruggaaf

Vanaf 2014 kan een vergrijpboete worden opgelegd als een belastingplichtige opzettelijk een onjuiste voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting heeft aangevraagd of opzettelijk een voorlopige aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting tot een onjuist bedrag heeft laten herzien. Ook wordt de bestaande praktijk om geen voorlopige aanslag op te leggen in de wet vastgelegd. Dit geldt ook voor het aanvullen van een opgelegde voorlopige aanslag door een nadere voorlopige aanslag op te leggen wanneer de belastingplichtige niet of niet tijdig aangifte doet.

       Boete bij helpen met niet-nakomen fiscale verplichtingen

Een bestuurlijke boete kan worden opgelegd aan mensen of bedrijven die anderen bewust helpen bij het niet nakomen van hun fiscale verplichtingen. De maximale hoogte van de boete die aan de doen pleger en de uitlokker kan worden opgelegd is gelijk aan de boete die aan de pleger, de medepleger en de feitelijk leidinggever of opdrachtgever kan worden opgelegd. De regeling is van toepassing op verzuimen en vergrijpen vanaf 1 januari 2014.

 

Tijdelijke vermindering verhuurderheffing vanaf 2014 mogelijk

De verhuurderheffing die per 1 januari 2013 voor één jaar was ingevoerd, is ook voor 2014 en volgende jaren van toepassing als een verhuurder meer dan tien woningen verhuurt. De heffing geldt niet voor woningen boven de huurtoeslaggrens (2014: € 699,48) en ook niet voor woningen die worden verhuurd in het kader van het hotel-, pension-, kamp- en vakantiebestedingsbedrijf aan personen die daar slechts voor een korte periode verblijven. De grondslag voor de heffing is de WOZ-waarde van de huurwoningen. Het tarief bedraagt in 2014 0,381%. De heffing wordt verschuldigd op 1 januari van het kalenderjaar en moet op aangifte worden voldaan vóór 1 oktober van het desbetreffende jaar. Er geldt een tijdelijke heffingsvermindering om investeringen te stimuleren in het kader van drie urgente problemen: (1) de aanpak van de woningvoorraad in Rotterdam-Zuid, (2) de sloop van woningen in de krimpgebieden en (3) de transformatie van vastgoed met niet-woonfunctie naar woonfunctie. Er geldt een antimisbruikbepaling voor holdingstructuren. Een groep van rechtspersonen wordt als belastingplichtige voor de verhuurderheffing aangemerkt.

 

Overig – aandachtspunten

 

Bewaartermijn van administratie over 2006 bijna verstreken

De administratie van de onderneming moet zeven jaar worden bewaard. Aan het einde van 2013 kan dus de administratie over 2006 en eventueel voorgaande jaren worden weggedaan. Het is echter verstandig om niet alles weg te doen. Zo moet in verband met de herzieningstermijn voor de btw de administratie van onroerende zaken tien in plaats van zeven jaar worden bewaard. Hierbij moet ook worden gedacht aan de verlengde navorderingstermijn die mogelijk wordt ingevoerd. Permanente documenten, zoals notariële akten, pensioenpolissen, vaststellingsovereenkomsten met de Belastingdienst, moeten natuurlijk altijd worden bewaard.

 

Aanpassing overdrachtsbelasting voor bepaalde vastgoedlichamen

Een verkrijging van een belang van minder dan 1/3 in een zogenoemd vastgoedlichaam is niet belast voor de overdrachtsbelasting. Er is echter altijd overdrachtsbelasting verschuldigd als participaties (hoe gering ook) worden verkregen in een lichaam dat geen rechtspersoonlijkheid bezit (maatschap, CV, fonds voor gemene rekening), ongeacht of dat lichaam is aan te merken als vastgoedlichaam. Dit wordt namelijk gezien als de verkrijging van een economisch belang bij het vastgoed. Met ingang van 2014 wordt deze ongelijke behandeling opgeheven door elke verkrijging van een economisch belang van minder dan 1/3 in een beleggingsfonds of een fonds voor collectieve belegging in effecten vrij te stellen van overdrachtsbelasting is. Voor de vrijstelling is vereist dat sprake is van een beleggingsfonds of fonds voor collectieve belegging in effecten in de zin van de Wet op het financieel toezicht. Voor rechtspersonen verandert er in dit opzicht niets en blijft dezelfde regeling als in 2013 van toepassing.

 

Uitstel van betaling wordt duurder

Over belasting die later wordt betaald dan de betalingstermijn aangeeft, moet invorderingsrente worden betaald. Vanaf 1 april 2014 gaat de invorderingsrente omhoog van 3% naar 4%. Als de Belastingdienst uitstel van betaling verleent, wordt dit dus ook duurder (tenzij in de wet is bepaald dat geen invorderingsrente is verschuldigd).

 

          Nieuwe regels voor anbi’s en hun bestuurders vanaf 1 januari 2014

Vanaf 1 januari 2014 krijgen algemeen nut beogende instellingen (anbi’s) te maken met strengere regels. Vanaf het nieuwe jaar moeten zij namelijk een groot aantal gegevens op de eigen website publiceren, zoals de doelstelling, het beleidsplan, de namen, functies en beloningen van de bestuurders en een financiële verantwoording. Als er gevaar dreigt voor de privacy of de persoonlijke veiligheid van bestuurders hoeven de namen niet te worden vermeld. Ook kerkgenootschappen hoeven de namen van hun bestuurders niet te vermelden.

Een instelling wordt door de inspecteur niet of niet langer als algemeen nut beogende instelling aangemerkt als de instelling, een bestuurder daarvan, een persoon die feitelijk leiding geeft of een voor die instelling gezichtsbepalende persoon door een Nederlandse rechter onherroepelijk is veroordeeld wegens het opzettelijk plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 67, lid 1, van het Wetboek van Strafvordering. Het misdrijf moet zijn gepleegd in de hoedanigheid van bestuurder, feitelijk leidinggevende of gezichtsbepalend persoon van de instelling, er mogen nog geen vier kalenderjaren zijn verstreken sinds de veroordeling en het misdrijf moet gezien zijn aard of de samenhang met andere misdrijven een ernstige inbreuk op de rechtsorde opleveren.

 

Bent u klaar voor SEPA?

Op 1 januari 2014 wordt binnen de Europese Unie SEPA (Single Euro Payments Area) ingevoerd. Doelstelling van de invoering is de harmonisatie van het euro betalingsverkeer binnen Europa. De grootste wijziging voor particulieren is de aanpassing van bank- en girorekeningnummers in IBAN-nummers. Deze IBAN-nummers bestaan in Nederland uit 18 posities ten opzichte van de huidige negen of tien cijfers. Banken vermelden thans al vaak het nieuwe IBAN-nummer van de rekening. Voor ondernemers zijn de veranderingen groter. Uiteraard moeten zij de nieuwe IBAN-nummers van hun afnemers opnemen in hun administratie. Ook het eigen IBAN-nummer moet op briefpapier, website en in de administratie worden gewijzigd. Belangrijker zijn echter de wijzigingen ten aanzien van automatische incasso’s en machtigingen. Bedrijven die hiervan gebruik maken (bijvoorbeeld webwinkels e.d.) zullen wel met veel wijzigingen te maken krijgen. Het is dan ook van belang nu reeds met softwareleverancier en bank te overleggen welke stappen genomen moeten worden. Meer informatie is te vinden op www.sepa.nl.

 

Bericht geplaatst op 10 december 2013, door