Inkomstenbelasting – eindejaarstips 2013

Inkomstenbelasting – eindejaarstips

 

Voorlopige aanslag kan in rekening brengen belastingrente voorkomen

Wie verwacht (meer) belasting te moeten betalen over 2013, kan verzoeken om een voorlopige aanslag op te leggen of een verzoek tot herziening van de voorlopige aanslag doen. Is zo’n verzoek ingediend voor 1 mei 2014, dan is namelijk geen belastingrente verschuldigd als de (nadere) voorlopige aanslag conform het verzoek wordt opgelegd. De belastingrente gaat vanaf 1 april 2014 omhoog. Voor de inkomstenbelasting bedraagt de belastingrente dan in ieder geval 4%.

 

Kleine hypotheek aflossen

Het kan interessant zijn om een kleine hypotheek af te lossen, die nog rust op een eigen woning. Voor een eigen woning geldt het eigenwoningforfait. Deze bijtelling op het inkomen verlaagt de aftrek van de hypotheekrente. Als er geen of een kleine hypotheek op de eigen woning rust, hoeft het eigenwoningforfait, of een deel daarvan, niet bij het inkomen te worden geteld. Een bijkomend voordeel van het aflossen van een kleine hypotheek is dat het box 3-inkomen minder zal worden, zodat de aflossing ook nog eens belasting in box 3 bespaart.

 

In 2012 gestarte verbouwing eigen woning in 2013 afgerond

Is een verbouwing van een eigen woning in 2012 gestart maar de financiering daarvan pas in 2013 geregeld, dan valt de rente op die financieringsschuld nog onder de eigenwoningregeling die tot 2013 gold. Verplichte aflossing van de schuld is dan niet vereist. Om aan te tonen dat in 2012 is begonnen met de verbouwing, moet een schriftelijke overeenkomst met een aannemer kunnen worden overgelegd. Om in aanmerking te komen voor hypotheekrenteaftrek moet de verbouwing in 2013 zijn afgerond.

 

Mogelijkheden om de winst te verlagen

Elke ondernemer kan op een relatief eenvoudige manier zijn winst verlagen door kritisch naar zijn balans te kijken. Vaak is het mogelijk een voorziening voor verwachte uitgaven te vormen of kan een vordering worden afgewaardeerd die onvolwaardig is geworden. Wellicht staan er nog incourante aandelen op de balans die kunnen worden afgewaardeerd of ligt er incourante voorraad in het magazijn. Als een voorziening niet mogelijk is, kan soms een kostenegalisatiereserve worden gevormd. Deze reserve is bijvoorbeeld mogelijk voor groot onderhoud van een bedrijfspand.

 

Tijdelijk maximaal 50% ineens afschrijven in 2013

In 2013 bestaat voor ondernemers in de inkomstenbelasting opnieuw een tijdelijke mogelijkheid om versneld af te schrijven op investeringen in bedrijfsmiddelen. Dit is mogelijk wanneer de investering in het nieuwe bedrijfsmiddel plaatsvindt in de periode 1 juli tot en met 31 december 2013. Wordt voldaan aan de voorwaarden, dan kan direct maximaal 50% van de aanschaf- of voortbrengingskosten ten laste van de winst worden gebracht. Zo kan een liquiditeitsvoordeel worden behaald in 2013, maar daar staat tegenover dat in latere jaren minder kan worden afgeschreven en de winst dus hoger uitvalt dan bij reguliere afschrijving. Om in aanmerking te komen voor de versnelde afschrijvingsmogelijkheid moet het bedrijfsmiddel vóór 1 januari 2016 in gebruik zijn genomen. Bepaalde investeringen zijn uitgesloten van de regeling. ls het bedrijfsmiddel ná 2013 voor het eerst in gebruik genomen, dan kan in 2013 maximaal het bedrag dat is betaald, willekeurig worden afgeschreven.

 

Tijdige ingebruikname bedrijfsmiddel voor versnelde afschrijving

In 2011 bestond ook een tijdelijke regeling voor versnelde afschrijving op investeringen in nieuwe bedrijfsmiddelen. Toen was het mogelijk om onder bepaalde voorwaarden maximaal 50% af te schrijven in het jaar van investering en 50% in de jaren daarna.

Om hiervoor in aanmerking te komen moet het bedrijfsmiddel vóór 1 januari 2014 in gebruik zijn genomen. Bij ingebruikneming na die datum wordt een toegepaste versnelde afschrijving teruggenomen.

 

Investeringsaftrek vermindert inkomstenbelasting

Bij investeringen in bedrijfsmiddelen zijn er verschillende mogelijkheden om een deel van de investering van de Belastingdienst terug te krijgen via de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA), de energie-investeringsaftrek (EIA) en/of de milieu-investeringsaftrek (MIA). Voor de KIA mag het investeringsbedrag niet hoger zijn dan € 306.931. Bij een investering tussen € 55.248 en € 102.311 is de KIA het hoogste, namelijk een vast bedrag van € 15.470. De per 1 januari 2014 voorziene verhoging van de aftrekpercentages van de EIA en MIA gaat niet door. De EIA blijft gehandhaafd op 41,5% van het bedrag aan energie-investeringen (boven het drempelbedrag en tot een bepaald maximum) en de MIA op 13,5%, 27% of 36% (afhankelijk van de soort milieu-investering en boven het drempelbedrag).

 

Hogere drempel voor EIA en MIA/Vamil

Investeringen in bedrijfsmiddelen moeten vanaf 2014 minimaal € 2.500 bedragen om in aanmerking te komen voor de energie-investeringsaftrek (EIA) en milieu-investeringsaftrek (MIA) en/of willekeurige afschrijving milieubedrijfsmiddelen (Vamil). Dit bedrag geldt per bedrijfsmiddel, zodat sprake is van een aanzienlijke verhoging. In 2013 geldt immers een drempel van € 450 per bedrijfsmiddel en voor de EIA en MIA ook nog eens een drempel van € 2.300 aan totale investeringen in een jaar. Als er kleine investeringen zijn gepland, dan kan het voordelig zijn deze nog in 2013 te doen. Om in aanmerking te komen voor de EIA, MIA en/of Vamil moet de investering tijdig worden gemeld bij Agentschap NL. De EIA, MIA en Vamil worden vóór 2019 geëvalueerd om te bepalen of deze regelingen na 2018 ook nog worden voortgezet. Schuif energie- of milieu-investeringen daarom niet op de (al te) lange baan.

 

Investeringsaftrek voor zuinige auto’s

Zeer zuinige personenauto’s met een CO2-uitstoot van maximaal 88 gr/km (diesel) en 95 gr/km (benzine) komen alleen nog in 2013 in aanmerking voor kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA). Vanaf 2014 vervalt deze mogelijkheid. Daarom is tijdige investering van groot belang. Voor investeringen in (semi-)elektrische auto’s blijft het wel mogelijk om milieu-investeringsaftrek (MIA) te krijgen.

 

Lagere toevoeging aan oudedagsreserve

Ondernemers die winst maken, kunnen een deel van die winst aanwenden voor een oudedagsreserve. Deze toevoeging aan de oudedagsreserve verlaagt de verschuldigde inkomstenbelasting. In 2013 bedraagt de maximale toevoeging aan de oudedagsreserve 12% van de winst met een maximum van € 9.542. In 2014 gaat dit percentage naar beneden en mag maximaal 10,9% van de winst worden toegevoegd aan de oudedagsreserve. In 2015 gaat het percentage nog verder naar beneden en kan maximaal 8,9% van de winst aan de oudedagsreserve worden gedoteerd, tot een maximum van € 7.847 (cijfers 2013). Voor elk jaar dat de pensioenleeftijd toeneemt, wordt de dotatie met 0,4%-punt verlaagd.

 

Voordelige opname stamrecht

Een stamrecht dat is ondergebracht bij een stamrecht-bv, bank, beleggingsinstelling of verzekeraar, kan onder gunstigere voorwaarden worden uitgekeerd. Vanaf 1 januari 2014 vervalt namelijk de eis dat een stamrecht moet worden uitgekeerd in periodieke termijnen. Dit betekent dat een in 2013 bestaand stamrecht vanaf 2014 ineens kan worden uitgekeerd zonder heffing van 20% revisierente. Dit heeft te maken met de afschaffing van de stamrechtvrijstelling in de loonbelasting per 1 januari 2014. Er is sprake van een in 2013 bestaand stamrecht als

1) de aard en omvang van de vrijgestelde stamrechtaanspraak op 31 december 2013 voldoende bepaald of bepaalbaar is, dus de stamrechtovereenkomst vóór 1 januari 2014 is getekend,

2) uit die stamrechtovereenkomst blijkt dat het bedrag voor de financiering van de aanspraak wordt ondergebracht bij een bij de wet aangewezen aanbieder en

3) het ontslag vóór 1 januari 2014 is aangezegd en vóór 1 juli 2014 wordt uitgevoerd.

 !    Bij een volledige opname van het stamrechtkapitaal in 2014 ineens wordt slechts 80% belast tegen het progressieve tarief. Dit kan een belastingbesparing opleveren. Voor de 80%-regeling komen alleen aanspraken in aanmerking, die voldoen aan de voorwaarde dat het voor de financiering verschuldigde bedrag vóór 15 november 2013 is overgemaakt. Bij hoge ontslagvergoedingen kan het aantrekkelijk zijn om een middelingsverzoek in te dienen. Voor zo’n verzoek moeten dan wel de definitieve aanslagen over alle drie middelingsjaren zijn vastgesteld.

 

Voordelig levenslooptegoed opnemen in 2013

De levensloopregeling is per 1 januari 2012 afgeschaft. Wie op 31 december 2011 een tegoed had van € 3.000 of meer, kan blijven sparen tot 1 januari 2022. Er wordt echter geen levensloopverlofkorting meer opgebouwd. Bij opname ineens van het volledige tegoed dat is gespaard tot 1 januari 2012, is in 2013 slechts over 80% inkomstenbelasting verschuldigd. Het opgenomen tegoed hoeft niet te worden besteed aan verlof. Het tegoed dat vanaf 2012 is gespaard, is wel voor 100% belast. Is het volledige levenslooptegoed opgenomen, dan kan niet meer worden bijgestort. De levensloopregeling eindigt in dat geval.

 

Verlaging box 2-tarief naar 22%

In 2014 geldt eenmalig een lager box 2-tarief van 22% in plaats van 25% voor inkomen uit aanmerkelijk belang dat niet hoger is dan € 250.000. Een voorgenomen dividenduitkering kan daarom het beste worden uitgesteld tot na 1 januari 2014. Dit scheelt maximaal € 7.500 aan inkomstenbelasting (3% van € 250.000) in box 2. Een bijkomend voordeel dat deze niet in de rendementsgrondslag van box 3 valt. De peildatum van box 3 is immers 1 januari. Dit betekent een extra belastingbesparing. Onder het sinds 1 oktober 2012 geldende bv-recht moet een uitkeringstoets plaatsvinden om te bepalen of de vennootschap ook na de dividenduitkering kan blijven voldoen aan haar verplichtingen (waaronder de pensioenverplichting).

 

Aftrek lijfrentepremies verandert door wijziging pensioenrichtleeftijd

Naar aanleiding van de verhoging van de AOW- en pensioenrichtleeftijd per 1 januari 2014 wijzigen ook de Witteveenkaders voor de aftrek van lijfrentepremies in de inkomstenbelasting. Bij een pensioentekort mag dan maximaal 15,5% in plaats van de tot en met 2013 geldende 17% van de premiegrondslag als premies voor lijfrenten in aftrek worden gebracht op het inkomen in box 1. Hierop komen nog in mindering de opbouw van pensioenaanspraken en de dotaties aan de fiscale oudedagsreserve. De vermindering in verband met de opbouw van pensioenaanspraken bedraagt vanaf 2014 7,2 maal de pensioenaangroei van het voorafgaande jaar in plaats van de tot en met 2013 geldende vermenigvuldiging van 7,5. Een lijfrentepremie moet uiterlijk op 31 december 2013 zijn betaald, wil deze nog tot aftrek kunnen komen in 2013. Wanneer een ondernemer in 2013 zijn onderneming staakt en de stakingswinst vóór 1 juli 2014 omzet in een lijfrente, is ook de premie aftrekbaar die in de eerste helft van 2014 wordt betaald. Hetzelfde geldt bij de omzetting van een oudedagsreserve in een lijfrente.

 

Periodieke gift aftrekbaar zonder notariële akte

De gang naar de notaris hoeft geen reden meer te zijn om af te zien van een periodieke schenking aan een goed doel. Vanaf 2014 zijn giften aan algemeen nut beogende instellingen (anbi’s) ook aftrekbaar als deze zijn gedaan bij een onderhandse overeenkomst. Gaat het om een vereniging, dan moet deze wel meer dan 25 leden hebben. Overigens moet dan ook nog worden voldaan aan de overige voorwaarden voor aftrek. Een onderhandse schenkingsovereenkomst die voldoet aan de voorwaarden voor de giftenaftrek, is te downloaden van de website van de Belastingdienst. Zowel de gever als de begiftigde instelling moet deze overeenkomst invullen en bewaren.

 

Extra aftrek voor gift aan culturele instelling tot 2018

Een schenking aan een culturele instelling levert een hogere aftrek in de inkomstenbelasting op door de zogeheten “multiplier”. Voor de giftenaftrek in de inkomstenbelasting mag de gift namelijk met 25% worden verhoogd, met een maximum van € 1.250.

De “multiplier” gold in eerste instantie voor vijf jaar (2012 tot en met 2016), maar deze periode is verlengd tot en met het belastingjaar 2017.

 

Aftrekbare onderhoudskosten rijksmonument

De onderhoudskosten van een rijksmonument zijn sinds 1 januari 2012 nog maar voor 80% aftrekbaar. Tot en met 2011 waren de onderhoudskosten voor 100% aftrekbaar. Als vóór 31 december 2011 nog onherroepelijke verplichtingen zijn aangegaan voor onderhoudskosten waarvan de uitgaven pas in 2012 of 2013 worden gedaan, kan toch nog aftrek voor 100% van de onderhoudskosten worden gekregen. Als de verplichting in 2011 is aangegaan, doe de uitgave dan nog in 2013 om deze in aftrek te kunnen brengen.

 

Herziening keuzeregime buitenlandse belastingplichtigen op komst

Het huidige keuzeregime voor buitenlandse belastingplichtigen verdwijnt per 1 januari 2015. Vanaf dat moment kunnen buitenlandse belastingplichtigen niet meer kiezen voor een behandeling als binnenlandse belastingplichtige, maar kwalificeren zij wel of niet voor de regeling. Kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen moeten hun inkomen (nagenoeg) volledig (90% of meer) in Nederland verdienen. De nieuwe regeling is voor minder mensen toegankelijk dan de keuzeregeling, omdat deze alleen geldt voor inwoners van de EU, de Europese Economische Ruimte (EER), Zwitserland en de BES-eilanden. Kwalificeert een buitenlandse belastingplichtige, dan heeft hij recht op dezelfde aftrekposten en heffingskortingen als binnenlandse belastingplichtigen en hoeft hij alleen het Nederlandse inkomen op te geven.  Ook het heffingvrije vermogen en de schuldendrempel in box 3 zijn van toepassing op kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen. Hoewel kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen alleen het Nederlandse inkomen hoeven op te geven, zijn sommige andere regelingen wel gebaseerd op het wereldinkomen, zoals de drempel voor de giftenaftrek.

 

Gunstig inkeren bij niet-aangegeven inkomen of vermogen

Tot 1 juli 2014 is het mogelijk om zonder boete niet aangegeven inkomen of vermogen alsnog bij de Belastingdienst te melden. Het maakt niet uit of het gaat om zwart geld in het binnen- of buitenland. Vanaf 1 juli 2014 bedraagt de boete bij vrijwillige verbetering weer 30%. Overigens is alleen sprake van vrijwillige verbetering als de Belastingdienst nog niet op de hoogte was of had kunnen zijn van het niet aangegeven inkomen of vermogen. Vanaf 1 juli 2015 gaat de boete voor inkeerders omhoog naar 60% van de te weinig geheven belasting. Er bestaan plannen om de navorderingstermijn bij het opzettelijk verzwijgen van inkomen of vermogen (kwade trouw) in alle gevallen tot 12 jaar te verlengen.

 

Inkomstenbelasting – aandachtspunten

 

T-biljet indienen

Bij onder andere vakantiebaantjes kan over het loon of een uitkering feitelijk te veel loonbelasting/premie volksverzekeringen zijn ingehouden. In dat geval kan het te veel ingehouden bedrag aan loonbelasting via een T-biljet worden teruggevraagd. T-biljetten moeten binnen vijf jaar na het einde van het desbetreffende kalenderjaar worden ingediend en de teruggave moet minimaal € 14 (vanaf 2009) of € 13 (voor de jaren t/m 2008) bedragen. Tot en met 31 december 2013 kunnen de T-biljetten over 2008 en latere jaren nog worden ingediend. Het is verstandig om vooraf een berekening te (laten) maken om te voorkomen dat de aangifte onbedoeld leidt tot een te betalen bedrag in plaats van tot een teruggave.

 

Vooruitbetaling hypotheekrente verlaagt box 3-vermogen

Wie vermogensrendementsheffing in box 3 moet betalen, kan zijn vermogen per 1 januari 2014 verminderen door al in 2013 hypotheekrente vooruit te betalen. In 2013 is het hoogste tarief voor aftrek van hypotheekrente ook nog eens hoger (52%) dan in 2014 (51,5%). Het moet wel gaan om hypotheekrente die betrekking heeft op de eerste zes maanden van 2014. Als door de vooruitbetaling in 2013 in 2014 wordt voldaan aan de voorwaarden voor de aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld, bestaat daar toch geen recht op.

 

Verlenging verhuisregelingen eigen woning

De tijdelijke verlenging van de termijn van de verhuisregelingen is met nog eens een jaar verlengd en blijft ook in 2014 van toepassing. Hierdoor kan een sinds 2011 leegstaande, voor de verkoop bestemde woning in 2014 nog steeds worden aangemerkt als eigen woning, mits die woning in 2011 een eigen woning was. Verder kan een in of na 2011 aangekochte leegstaande woning of een woning in aanbouw in 2014 nog steeds worden aangemerkt als eigen woning, mits die woning bestemd is om uiterlijk in 2014 de belastingplichtige als eigen woning ter beschikking te staan.

 

Verlenging maatregel tijdelijke verhuur eigen woning

De regeling die hypotheekrenteaftrek mogelijk maakt na tijdelijke verhuur, wordt verlengd. Sinds 2010 is het mogelijk om na een periode van verhuur van een te koop staande voormalige eigen woning terug te keren van het box 3-regime naar de eigenwoningregeling in box 1. Op dat moment herleeft de hypotheekrenteaftrek voor het restant van de periode. De looptijd van deze regeling wordt nog eens met een jaar verlengd. Hierdoor is de regeling ook in 2014 nog van toepassing.

 

Lagere hypotheekrenteaftrek in hoogste tariefschijf

Wie aftrekbare kosten met betrekking tot de eigen woning tegen het inkomstenbelastingtarief van de vierde schijf in aftrek brengt, krijgt vanaf 2014 ieder jaar een kleiner fiscaal voordeel. In 2014 zijn deze kosten aftrekbaar tegen een tarief van 51,5% en dit tarief wordt vervolgens jaarlijks met stappen van 0,5%-punt verlaagd. Het aangepaste tarief wordt verminderd totdat het gelijk is aan het tarief in de derde schijf (momenteel 42%). Ter compensatie van deze verlaagde aftrek wordt de derde tariefschijf verlengd. Vanaf 2018 wordt de derde tariefschijf stapsgewijs verlaagd van 42% naar 38% (in 2042). Schulden die voortkomen uit de wettelijke vergoedingsplicht tussen partners, worden niet aangemerkt als eigenwoningschuld.

 

Levering in 2013 van in 2012 gekochte woning

Is een in 2012 gekochte woning nog niet geleverd, dan is het mogelijk om toch nog te profiteren van de regels voor hypotheekrenteaftrek, zoals die golden tot 1 januari 2013. De voorwaarden hiervoor zijn dat sprake is van een onherroepelijke schriftelijke koopovereenkomst die uiterlijk op 31 december 2012 is getekend, de lening vóór 2014 wordt aangegaan en de levering in 2013 plaatsvindt. Bij verkoop van een woning in 2012 en aankoop van een nieuwe woning in 2013 gelden ook nog de oude regels voor hypotheekrenteaftrek, maar alleen voor zover de schuld niet hoger is dan de eigenwoningschuld bij de verkoop van de oude woning.

 

Renseigneringsplicht bij eigenwoningschuld aan eigen BV

Geld lenen van de eigen bv voor de aanschaf of verbetering van een eigen woning kan aantrekkelijk zijn. Sinds 1 januari 2013 is de rente op deze eigenwoningschuld alleen aftrekbaar als de gegevens over de lening tijdig en correct zijn doorgegeven aan de Belastingdienst. De Belastingdienst stelt voor deze renseigneringsplicht een formulier “Opgaaf lening eigen woning” ter beschikking op zijn website. De renseigneringsplicht geldt alleen voor nieuwe leningen die vanaf 1 januari 2013 worden aangegaan. De gegevens moeten aan de Belastingdienst worden verstrekt bij de aangifte, maar uiterlijk op 31 december van het jaar dat volgt op het jaar waarin de lening is aangegaan.

 

Aanpassing partnerbegrip voor kindregelingen

Het partnerbegrip in de inkomstenbelasting en voor de toeslagen wordt met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2012 aangepast waardoor alleen meerderjarigen kunnen worden aangemerkt als partner. Deze wijziging heeft te maken met de per die datum gewijzigde regeling voor samengestelde gezinnen. Door de wijziging van het partnerbegrip worden onbedoelde gevolgen van deze regeling hersteld, zodat recht blijft bestaan op bijvoorbeeld de alleenstaande-ouderkorting in de inkomstenbelasting of de kinderopvangtoeslag, wanneer een minderjarig kind komt inwonen bij een alleenstaande ouder met een kind.

 

Middelingsteruggave bij sterk wisselend inkomen

Als de hoogte van de belastbare inkomens in box 1 (werk en woning) over drie opeenvolgende jaren sterk heeft gewisseld, kan aanspraak bestaan op een middelingsteruggave. Dit houdt in dat het inkomen van drie jaren in gelijke delen over de drie jaren wordt verdeeld. Voorwaarde voor middeling is dat de aanslagen over de drie betreffende jaren definitief zijn opgelegd en onherroepelijk zijn geworden. Elk te middelen jaar mag slechts één keer in een middelingsverzoek zijn begrepen. Het loont om vooraf het verzoek voor een middelingsteruggave goed door te rekenen om de meest gunstige jaren te bepalen voor het middelingsverzoek. Middeling kan ook een aardige optie zijn voor personen die kort geleden hun eerste “echte” baan hebben gekregen en de jaren daarvoor een vakantiebaan of een bijbaan hebben gehad. Het bedrag van de teruggave moet hoger zijn dan een bepaalde drempel (2013: € 545).

 

Te laat opgelegde voorlopige aanslag kan schuld in box 3 zijn

Wie vóór 1 oktober 2013 de Belastingdienst heeft verzocht om een voorlopige aanslag op te leggen, mag het bedrag van de voorlopige aanslag als schuld in box 3 opnemen als de Belastingdienst de voorlopige aanslag niet vóór 1 januari 2014 heeft opgelegd.

 

Verrekening verlies op beleggingen in durfkapitaal van vóór 2011

Verliezen op leningen aan startende ondernemers (“durfkapitaal”, ook wel tante Agaath-leningen genoemd) zijn sinds 1 januari 2011 niet meer aftrekbaar. Alleen als de lening vóór die datum is verstrekt en een vordering niet meer voor verwezenlijking vatbaar is, komt het verlies nog als persoonsgebonden aftrek in mindering op het inkomen. Maximaal € 46.984 is aftrekbaar als verlies. Dit bedrag geldt per startende ondernemer. De lening moet wel zijn kwijtgescholden binnen acht jaar na het aangaan van de lening.

 

Vamil blijft in 2014 op 75%

De regeling willekeurige afschrijving voor milieubedrijfsmiddelen (Vamil) biedt de mogelijkheid investeringskosten willekeurig af te schrijven en geldt voor ondernemers die investeren in bedrijfsmiddelen die zijn aangewezen op de Milieulijst (investeringen in het belang van de bescherming van het Nederlandse milieu). De Vamil is voor de jaren 2011 tot en met 2013 verlaagd van 100% naar 75%. De overige 25% volgt het reguliere afschrijfregime. De eerder aangekondigde verhoging van de Vamil naar 100% per 1 januari 2014 gaat niet door. Wachten met een geplande investering om die reden heeft dus geen zin. Kijk goed of de Vamil in 2014 kan worden toegepast omdat de Milieulijst mogelijk wijzigt. De Vamil kan vanaf 2014 niet meer worden toegepast op personenauto’s.

 

Hogere Research & Development Aftrek

Sinds 1 januari 2012 geldt de Research & Development aftrek (RDA) voor ondernemers die investeren in de ontwikkeling van vernieuwende producten en diensten. De RDA is een fiscale faciliteit om de directe kosten van R&D te verlagen met uitzondering van loonkosten. Voor de loonkosten geldt immers al een faciliteit in de vorm van de afdrachtvermindering voor speur- en ontwikkelingswerk (S&O) in de loonbelasting en de S&O-aftrek in de inkomstenbelasting. De RDA bedraagt 54% van de gemaakte investeringen die zijn gedaan in S&O en dit percentage wordt met ingang van 1 januari 2014 waarschijnlijk verhoogd naar 60. De hoogte van de RDA in 2014 wordt in december 2013 bekendgemaakt. Agentschap NL voert de RDA uit maar de verrekening van het daadwerkelijke voordeel vindt plaats via de aangifte inkomstenbelasting.

 

Ondernemingswoning overbrengen naar privé

Rust op een woning die tot het ondernemingsvermogen behoort, een hypotheekschuld en brengt de ondernemer de woning en de bijbehorende schuld in 2013 over naar privé, dan is er geen recht op hypotheekrenteaftrek voor de eigen woning omdat er geen sprake is van een eigenwoningschuld. De bestaande schuld zou dan moeten worden overgesloten, maar op grond van een goedkeurend besluit is dat niet nodig, zodat dan toch recht op hypotheekrenteaftrek bestaat. Hiervoor geldt als voorwaarde dat een bijtelling voor het privégebruik van de woning van toepassing was, toen deze woning nog tot het ondernemingsvermogen behoorde. Is de schuld in 2013, voordat deze overging naar privé, verhoogd? Dan is geen hypotheekrenteaftrek mogelijk over deze verhoging. Als eigenwoningschuld wordt namelijk aangemerkt het bedrag van de schuld op 31 december 2012.

 

Verkoopwinst opnemen in een herinvesteringsreserve

Belastingheffing op de boekwinst van een verkocht bedrijfsmiddel is uit te stellen door de verkoopwinst te reserveren in een herinvesteringsreserve. Op de balansdatum moet dan wel een voornemen tot herinvesteren bestaan. De herinvestering moet plaatsvinden binnen drie jaar na het jaar waarin de reserve is gevormd, anders valt deze vrij in de winst. Een herinvesteringsreserve die in 2010 is gevormd, moet dus uiterlijk op 31 december 2013 zijn benut voor een nieuw bedrijfsmiddel. Het is dus verstandig om tijdig te controleren of herinvestering nog in 2013 moet gebeuren. Alleen als er bijzondere omstandigheden zijn, kan de herinvesteringstermijn van drie jaar worden verlengd. De afboeking van de herinvesteringsreserve kan in beginsel plaatsvinden op elk willekeurig bedrijfsmiddel. Een uitzondering geldt voor een bedrijfsmiddel dat niet wordt afgeschreven of over een langere periode dan tien jaar wordt afgeschreven, zoals een bedrijfspand. In dat geval moet het vervangende bedrijfspand in economische zin dezelfde functie vervullen als het verkochte bedrijfspand.

 

Willekeurige afschrijving voor starters

Startende ondernemers kunnen over hun investeringen tot een maximum van € 306.931 willekeurig afschrijven. Als de startende ondernemer dat wenst, kan hij in één keer tot op de restwaarde afschrijven. Bij bedrijfspanden kan in één keer tot op de “bodemwaarde” worden afgeschreven. De bodemwaarde van een bedrijfspand in eigen gebruik bedraagt 50% van de WOZ-waarde. Als door de forse afschrijving een verlies ontstaat, kan dit worden verrekend met positieve inkomsten van box 1 in de voorafgaande drie jaren. Ook kan het zijn dat door een optimale willekeurige afschrijving recht ontstaat op een middelingsteruggave. Door willekeurig af te schrijven kan het recht op zelfstandigenaftrek vervallen in de situatie dat verlies wordt geleden. Bij een verlies leidt toepassing van de MKB-winstvrijstelling tot een verlaging van het verlies.

 

Beloning voor meewerkende partner

Als een partner meewerkt in de onderneming is het mogelijk een reële arbeidsbeloning aan de partner toe te kennen. Deze vergoeding komt ten laste van de winst. Bij de partner is de vergoeding belast. Geldt het toptarief van 52% inkomstenbelasting, dan kan een flink progressievoordeel worden behaald, zeker wanneer de partner geen of slechts geringe andere inkomsten in box 1 heeft. Er gelden wel enkele voorwaarden. Zo moet het bedrag van de beloning minimaal € 5.000 bedragen en moet het bedrag periodiek aan de partner worden betaald. Een beloning die lager is dan € 5.000, is niet aftrekbaar van de winst en niet belastbaar bij de partner. Een andere mogelijkheid is het claimen van de meewerkaftrek, als de partner minimaal 525 uur in de onderneming werkt zonder daarvoor een vergoeding te ontvangen en de ondernemer zelf recht heeft op de zelfstandigenaftrek. Deze faciliteit bedraagt minimaal 1,25% en maximaal 4% van de winst. De partner wordt in dit geval niet belast voor de aftrek. Nog een andere mogelijkheid is om een v.o.f. of maatschap aan te gaan met de partner. Als de partner ook als ondernemer kan worden aangemerkt, kan de partner ook de MKB-winstvrijstelling verkrijgen.

 

Verliezen uit 2004 gaan eind 2013 verdampen

Verliezen uit 2004 en eerdere jaren gaan per 31 december 2013 verdampen. Door tijdig actie te ondernemen, is verrekening van (een deel van) de verliezen wellicht toch nog mogelijk, bijvoorbeeld door stille reserves in bedrijfsmiddelen en/of activiteiten (goodwill) te realiseren.

 

Urencriterium voor ondernemersfaciliteiten

Voor de zelfstandigenaftrek, de speur- en ontwikkelingsaftrek, de meewerkaftrek en de oudedagsreserve geldt een urencriterium. Minimaal 1.225 uren moeten in een kalenderjaar aan de onderneming zijn besteed en ook nog eens minimaal 50% van de beschikbare tijd.

Voor startende ondernemers geldt een soepeler urencriterium doordat de 50%-eis niet geldt. Startende ondernemers met een arbeidsongeschiktheidsuitkering hebben aan 800 ondernemingsuren voldoende om aan het urencriterium te voldoen.

 

Vier maanden uitstel bij betalingsproblemen

Ondernemers die belastingschulden niet kunnen betalen, kunnen telefonisch vragen om uitstel van betaling van maximaal vier maanden. Dit geldt alleen voor schulden tot € 20.000. Wanneer gebruik wordt gemaakt van deze betalingsregeling, is wel invorderingsrente verschuldigd. Deze wordt vanaf 1 april 2014 verhoogd naar 4%.

 

Bericht geplaatst op 10 december 2013, door